Vervolg Historie en onstaan van Gouderak.
Het boeren bestaan

De oudste boerderij van Gouderak 1640
Verdwenen industriën: Vanouds was de boer het oudste beroep bij het onstaan van Gouderak met de jacht en de visvangst. Op het kleine dorp waren op het laatst vijf en zestig boerderijen gevestigd, en deze zorgden niet alleen voor werk en een boterham voor hun knechten en dienstmeiden (klinkt bargoens maar zo noemde men dat in die tijd) maar ook voor de dorpstimmerman en de smid. Buiten het onderhoud bij hun klanten maakten zij ook het nieuwe gereedschap, de boerenwagen met toebehoren enz. In Gouderak waren twee smederijen en meerdere timmerwerkplaatsen. Maar door de jaren heen toen de grote industriën zijn onstaan die voor massaproductie zorgden wast het voor de smid en timmerman in het dorp gedaan. Het onderhoud werd nu door de boer in eigen werkplaats verricht. Maar ook op ander gebied was er door het groot aantal boeren veel werk en omzet in diverse sectors, b.v. er waren zeven bakkers in Gouderak die redelijk hun boterham verdienden. Kruidenierswinkeltjes waren er velen in dorp en op de dijk te vinden en waar je in het onderhuis ook vaak je borreltje kon nuttigen. Net als de slager de groenteboer en manufacturier die allen hun boodschappen aan huis bezorgden. Doch ook deze zijn verdwenen de manufacturier voor een kaartje stopwol en een paar knopen, de schilder voor een klontje stopverf je vind ze niet meer.

De boerderij zoals ze in Gouderak en in de Krimpenerwaard te vinden zijn.
Veel boerderijen waren eigendom van landheren maar ook de dorpsdokter en apothekers in Gouda waren eigenaar. Maar zo rond 1950-1960 hebben de meeste boeren hun bedrijf kunnen kopen.In 2003 het jaar van de boerderij in Nederland vond in de Krimpenerwaard de inventarisatie plaats van de boerijen. Zo ook in Gouderak en van de vijf en zestig boerderijen waren er nog twaalf in bedrijf. En nu in 2008 zal er binnen afzienbare tijd niet één meer zijn, dit omdat de provincie Zuid Holland het nodig vindt om van vruchtbaar weiland moeras te gaan maken! Veenweidepact.Heel de bevolking van Gouderak ziet hier het nut niet van in en zijn er dan ook vierkant tegen. Mooie en oude boerenbedrijven die generaties lang van vader op zoon zijn gegaan dit wordt door de overheid naast zich neergelegd met diverse argumenten van inklinken van de veenlaag enz. wat in Gouderak ongegrond is. Maar wat wel inhoud ook het einde van de boerderij in Gouderak.
Werken op de steenplaats
De steenplaats waar veel vrouwen en kinderen zwaar werk moesten verichten
In Gouderak waren in de zeventiende en achtiende eeuw en misschien nog wel eerder acht steenplaatsen, dit is de volgende industrie in ons verhaal die voor Gouderak heel belangrijk was. Steenplaatsen zijn eigenlijk gewoon steenfabrieken zoals ze nu woorden genoemd elders in het land. De rivierklei of ook wel specie genoemd werd door schippers met hun kleine scheepjes van ± 50 ton uit rivieren en zellingen (uiterwaarden) opgebaggerd met de hand. Zij werden beugelschippers genoemd. Was het scheepje vol dan ging het onder zeil of jagend (getrokken) naar één van de steenplaatsen en werd dan meest met de kruiwagen gelost.

De scheepjes waar met het hele gezin op werd gewoont
Na dat de klei was gelost werd het uitgevlakt om te drogen, dit mocht niet te ver uitdrogen want na dit proces werd de klei met de hand in houten mallen geperst (dit werd later door een persmachine overgenomen) en ook de grote van de steen bepaald n.l. 15x6x4 cm ( drie duims) het gele IJsselsteentje De metselstenen van nu zijn vijf duims. De gevulde mallen werden dan met paard en wagen naar de droogvelden gebracht en daar omgekeerd en leeg gemaakt om verder te drogen. Zie de foto onder.

Drogen van de stenen (droogvelden)
Dit droog proces mocht ook weer niet te hard gaan en voor te felle zon maar ook voor te veel regen werd er afgeschermd met rietmatten. Als de steentjes dan hard genoeg waren werden ze weer met de kruiwagen of paardenwagen naar de oven gebracht en daar hoog opgetast (zie bovenste foto) en naar gelang de grote van de oven varieerde dat van 1 tot 3 millioen stenen. Het stoken van de oven kon tot drie weken duren en werd gedaan door hoger personeel omdat dit een heel secuur werk was. Het was op de steenplaatsen hard werken voor weinig geld en als een man zich verhuurde bij de baas werd er gelijk bij bedongen dat ook zijn vrouw en kinderen beschikbaar moesten zijn. In heel de Krimpenerwaard zijn bijna al de huizen maar ook de kerken en overheidsgebouwen ouder dan honderd jaar maar ook nog in de eerste helft van 1900 met deze steentjes gebouwd. Voor restauratie aan oude gebouwen wordt er nog veel gezocht naar deze steentjes. In 1960 is de laatste steenplaats van Gouderak er mee gestopt waarmee ook deze industrie tot het verleden behoorde.

Rechts op de foto de woningen van de steenplaats arbeiders
Een mooi plaatje van de touwbaan
De touwbaan.
Gouderak in het touw, ons volgende industrie verhaal. Waardoor deze industrie is ontstaan weet men eigenlijk niet, het kan zijn doordat er in de Krimpenerwaard vrij veel hennep werd geteelt. Veel boeren hadden wel een hennepwerf een klein stukje land omgeven door sloten. Na de oogst waren deze sloten nodig voor het roten (rotten) van de hennep dit duurde enkele dagen om een soort lijm van de vezels af te krijgen. Hierna moest de hennep weer snel opdrogen om verder rotten te voorkomen en werden de stengels geschild en om de schil ging het eigenlijk, deze werden gekraakt tot vezels. Van deze vezel werd dan de eerste lijn gesponnen. Op de foto onder Simon Tom aan het spinnen (baanspinder)
Na het spinnen kwam het twijnen, is meerdere lijnen naar gelang de dikte van het touw in elkaar draaien. Dit gebeurde door het draaien aan het grote wiel meest door kinderen.
Meisje en jongen aan het grote wiel.

Voor het twijnen van meerdere lijnen in elkaar had men niet alleen het grote wiel nodig maar ook de man met de klos die er voor zorgde dat de lijnen letterlijk in de goede baan kwamen. Later werden in de fabriek nog weer dikkere touwen in elkaar getwijnd en kreeg men de scheepstrossen

De man met de klos
Dit in het kort het verhaal over het touw. In Gouderak waren op een gegeven moment twee en twintig van deze touwbanen te vinden en hoewel Gouderak eigenlijk niets met touw had was er toch voor alle soorten en maten een afnemer, de boer voor een koptouwtje de schipper voor een tros of anders. In de steenplaats werd door de arbeider weinig verdiend op de touwbaan nog minder omdat hier de kinderarbeid nog veel groter was. Omdat er inmiddels touwfabrieken waren onstaan en alles in het groot werd uitgevoerd plus dat de hennep eerst is vervangen door sisal en weer later door kunststof, sloeg de klok ook voor de touwbaan twaalf uur

Op de touwbaan van Simon Tom.

Op de touwbaan van de Bruijn aan de Kattendijk
Rietindustrie
Het riet is wel één van de oudste isolatie materialen van natuurlijke bron. Hierover het vervolg van de Gouderakse industrie. Gouderak kende enkele rietverwerkende bedrijven en waarvan Leen Boers sr. wel de bekendste en ook de oudste was. Dit bedrijf was gevestigd in Krimpen a/d IJssel met ± veertig werknemers maar omdat scheepswerf Van der Giesen meer grond nodig had voor uitbreiding heeft Boers toen en terrein gekocht aan de Kattendijk. De heer Boers is vrij jong overleden en het bedrijf is voortgezet door de oudste zoon Henk Boers. Aan de Kattendijk was ook het rietdekkersbedrijf den Hertog gevestigd. Zoon Leen Boers is na diverse omzwervingen een bedrijf begonnen aan het Middelblok. De tweede rietmatten fabriek was van Gerrit Prosman ook aan het Middelblok, deze mensen waren afkomstig uit Gouda. Later is er nog bijgekomen de Riethandel Ernst Prosman sr. broer van eerder genoemde Gerrit. Dit bedrijf handelde alleen in los riet wat zij weer leverden aan de rietmatten bedrijven en aan de rietdekkers, wat heden nog steeds het geval is. Als laatste de N.V. Rietindustrie Gouderak opgericht door Ernst Prosman jr. zoon van de vorige Ernst, inmiddels al weer opgevolgd door de derde Ernst Prosman tewijl de vierde Ernst ook al werkzaam is in het bedrijf. Terug naar het riet, de rietoevers langs de Hollandse IJssel waren niet zo geschikt voor het maken van rietmatten. Het riet langs de Lek was van betere kwaliteit maar het beste riet kwam uit de Biesbosch en was daar met de grienden een belangrijke bron van inkomsten.
Maaien van het riet met de zicht. Later kwamen hier machines voor die over de bevroren grond reden .

Op de foto,s boven het schoonmaken van het in de winter geoogste riet dat op grote schelven werd bewaard. Tevens werd er gesorteerd op lengte voor diverse doeleinden waarna er de rietmatten van werden gemaakt. Voor de steenplaatsen had men behoefte aan hoge matten van liefst 2,20 mtr of hoger, en de tuinders die ze gebruikten op het platglas 1,80 mtr. De uitrol was vaak ± 5mtr. Ook de boeren gebruikten rietmatten voor isolatie in de stallen, nu zijn de stallen zo open mogenlijk terwijl vroeger elk tochtje geweerd werd. Op de foto onder rietbedrijf E. Prosman


Riet vervooerd per schip van het land naar de rietwerf
Op de foto onder de stellage waarop de matten werden gemaak, je zat de ganse dag op je knieën en met de klosjes waarop het touw was gespoeld (dollen) werden de knopen gelegd. De man die dit werk deed werd mattenfrotter genoemd. Het riet werd links tegen de muur gelegd en kon met het rechts altijd recht afsnijden. In de jaren 1960 zijn ook hier machines voor gekomen en was de productie drie maal zo hoog. Het touw wat vroeger werd gebruikt was henneptouw gedrenkt in een soort dunnen teer, later werd hiervoor ook kunststofgaren gebruikt. Rietmatten bestaan nog wel en worden gebruikt als afrastering of wandbekleding maar het is een import artikel geworden want het Hollandse riet ( wat er nog van over is) is niet meer geschikt voor de doeleinden van vroeger.

De mattenfrotter aan het werk.
De binnenvaart.
Als laatste bedrijfstak in dit verhaal waar toch veel Gouderakkers hun boterham verdienden was de binnenvaart. Gouderak was een bekend schippersdorp waar behoorlijk veel schippers hun thuishaven hadden.
Waren er vroeger veel kleine schepen en lag de haven op zon. en feestdagen vol, nu zijn er nog maar enkelen die onder Gouderakse vlag varen.

Luxe Motor de Avontuur J.van Dam Gouderak
De Madjoe van A.van Dam, en de Onderneming van Martin Trouwborst

Lossen met de bak, Jan Huisman op de "Ende Despereerd Niet"

Gebeurde het lossen van de schepen vroeger met de kruiwagen of zelfs met de schop, later werd het iets makkelijker lossen met de bak. Terwijl de persoon aan de lier in de winter stond te verkleumen van de kou de man aan de bak had daar geen last van want het was behoorlijk zwaar werk. Tegenwoordig worden al de schepen met een kraan op de wal gelost.

De Gouderakse "PARLEVINKER" Jaap Markus

Een van de grootste schepen onder Gouderakse vlag, containerschip de Eben Haëzer van Siem de Jong. Het is een koppelverband en is nog nooit op Gouderak geweest. 
Naast de binnenvaart had Gouderak ook nog grote en kleine scheepswerven doch dit is allemaal naar het verleden verhuist.
Voor meer informatie over de Gouderakse scheepvaart verwijs ik u naar het boek geschreven door Dirk van Dam "SCHIPPERS EN SCHEPEN UIT GOUDERAK" of www.golderake.nl